Essay

De schijnbare dichotomie tussen ratio en gevoel in kunst en wetenschap

De aloude tegenstelling van de ratio versus het gevoel. We poneren de dierlijke drift tegenover de menselijke rede. De rede onderscheidt ons, volgens sommigen, van de dieren. Het gevoel is volgens anderen juist wat ons zo menselijk maakt, vanwege ons vermogen tot empathie en artistieke expressie. We voelen op een complexere manier dan de dieren.

Terwijl deze twee als tegenstellingen binnen de mens neergezet worden categoriseren we ook onze disciplines. De wetenschap is zuiver rationeel, de kunsten zijn expressief en instinctief.
In dit essay wil ik graag deze twee schijnbaar tegengestelde beroepen bespreken en onderzoeken of ze werkelijk zo tegengesteld zijn.

Is de kunst wel zo zuiver gevoelsmatig? Nee, in veel gevallen niet. Expressie wordt geregisseerd teneinde een sterk beeld neer te zetten.
Ook moet worden nagedacht over of een bepaalde beeldende keuze wel past bij datgeen de kunstenaar over wil brengen. Er moet af en toe even afstand genomen worden in de vorm van een kopje koffie. Wanneer de kunstenaar in kwestie terugkeert bij het werk heeft hij voldoende afstand gecreëerd om er met een scherpe, kritische blik naar te kijken.
Er wordt nagedacht over uitvoering, materiaal, kleur en compositie. Deze dingen gaan niet geheel op gevoel, er komen ook veel praktische zaken bij kijken. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld te zien in de beeldhouwkunst. Men moet een constructie bouwen die blijft staan van materiaal dat past bij wat de kunstenaar zeggen wil. In de schilderkunst zien we dit ook. Een zekere zeer praktische basiskennis over verf is een vereiste als men een goed schilderij wil maken. Het is bijvoorbeeld ontzettend belangrijk om het palet tijdens het werken schoon te houden, teneinde de kleurhelderheid te garanderen. Het maken van lijsten, etsen, litho’s etc. kan ook zeker niet gedaan worden zonder het nodige pas- en meetwerk.
Het klinkt misschien alsof ik het overduidelijke hier benadruk, maar het is belangrijk om te bedenken dat dit een heel essentieel onderdeel van beeldende kunst is.
Het is dus meer dan alleen expressie.
In de poëzie moet er ook gedacht worden over ritme. Dat zit in een gevoel voor dit ritme, maar men moet in dat geval de taal op het ritme afstemmen zonder de kracht van een van beide te doen verminderen. Dat vereist wel degelijk een rationele, zakelijke kijk op de constructie van het gedicht, in combinatie met steeds blijven voelen of het nog steeds kracht heeft.

De beeldende kunst is afwisselend mathematisch en juist weer heel irrationeel expressief geweest. Maar afgezien van twee uitersten zoals Piet Mondriaan versus Karel Appel, om maar een voor de hand liggend voorbeeld te noemen, houden veel kunstwerken het midden tussen rationaliteit en vrije expressie. Men zou kunnen zeggen dat een goede kunstenaar het midden kan houden tussen een goede regie houden, analytisch denken en tegelijkertijd zichzelf kan laten gaan zonder zelfcensuur en toegang heeft tot een bron van inspiratie die in veel opzichten weer totaal niet rationeel lijkt te zijn.
Overigens is het idee van kunst als middel voor de mens om zich zo persoonlijk uit te drukken voornamelijk iets van de moderne tijd. Het is een geleidelijk proces geweest, maar gedurende lange tijd was de beeldende kunst een expressiemiddel dat aan strikte voorwaarden moest voldoen. Ik doel nu voornamelijk op de beeldende kunst in de tijd van de renaissance en daarna tot aan de moderne periode. Van die vorm van kunst kan eigenlijk helemaal niet gezegd worden dat zij irrationeel is. Ook zeker niet zuiver rationeel, maar het is duidelijk dat er een grote hoeveelheid technische vaardigheid, ruimtelijk inzicht en motorische behendigheid aan te pas komt. Het maken van een realistisch schilderij dat functioneerde als een soort raam naar het beeld dat de maker neer wilde zetten was toen gebruikelijk.
Onze vriend Vincent van Gogh werd in zijn tijd meermaals belachelijk gemaakt om zijn expressieve manier van werken. Het werd niet beschouwd als “echte” schilderkunst omdat het helemaal niet voldeed aan de schoonheidsstandaard in die tijd. En die standaard was er een van realisme.
Verder is ook op bepaalde kunstvormen de kritiek geweest dat het te rationeel zou zijn. Hierbij moet men bij voorbeeld denken aan de stroming van het Minimalisme.
Het is rechtlijnig, zuiver, zonder decoratie en anorganisch. De associatie die men meestal heeft bij zaken die puur functioneel zijn. Ook nu nog zeggen veel mensen deze vorm van kunst niet mooi te vinden wegens de zakelijkheid ervan. In feite verwijst deze manier van werken niet naar zakelijkheid, maar naar een soort transcendentie van de materie naar een universele vorm.

Maar het klopt dat de manier waarop kunst kennis overbrengt van een totaal andere soort is dan de kennis die de wetenschap oplevert. De kennis die de kunsten overbrengen kan niet in taal gevat worden en is een kennis die gevoeld moet worden. Het is een andere klasse van weten.
Ook de klassieke kunsten hebben deze eigenschap, precies deze eigenschap onderscheidt kunst van eenvoudige afbeeldingen ter illustratie of decoratie. Het kan iets zeggen wat we niet kunnen zeggen.
De literatuur kan dit overigens ook, al gebruikt zij wel woorden. Hier zit het hem in de onderstroom van het verhaal. Als de bodem van een rivier die vol zit met verborgen leven, alleen zichtbaar voor de zorgvuldige kijker of hen die het lef hebben om erin te duiken en zich ermee te omgeven.

Nu dat we ons hebben ontdaan over bepaalde vooronderstellingen over de beeldende kunst, lijkt het me een goed idee om over te gaan op de wetenschap. Aangezien ook hier bepaalde ideeën geworteld zijn die een bredere manier van kijken in de weg zitten.

Bij deze een quote van Albert Einstein die mijn visie illustreert. U heeft hem vast wel eens gehoord:

“Verbeelding is belangrijker dan kennis. Omdat kennis beperkt is tot alles dat we weten en begrijpen, terwijl verbeelding de gehele wereld omvat, en alles wat er ooit zal zijn om te weten en te begrijpen”
Het zegt iets dat een vooraanstaand theoretisch fysicus als Einstein zoiets zegt.
Het had evengoed uit de mond van een kunstenaar had kunnen komen!

De wetenschap put uit ons vermogen om creatieve oplossingen te vinden voor problemen die in de weg staan tussen ons en ons genot of onze behoefte aan veiligheid. Ook onze nieuwsgierigheid naar de aard van het universum proberen we te stillen door er uitgebreid onderzoek naar te verrichten en erover te theoretiseren.
Dit onderzoek is een schitterend iets. Hoe meer we over het universum te weten komen, hoe meer we willen weten.
Een wetenschapper kan nooit een volledig rationeel wezen zijn als hij onderzoek wil verrichten naar grotere vragen, zoals de genesis van het heelal of het ontstaan van leven op aarde. Het dient de mensheid niet in directe, praktische zin. Het dient een dorst naar kennis die niet tot de directe levensbehoeften behoort, maar de wetenschapper hongert naar dit antwoord alsof dit wel het geval is. Hij wenst een antwoord te vinden over zijn eigen afkomst, alsof het de pijn van het bestaan draaglijk zou maken. Alsof het zijn leven in het hier en nu zou veranderen. Het enige dat verandert is zijn perceptie van het leven, maar dat is voor de ziel even waardevol.

Mensen lijken geneigd te zijn om wetenschap en kunst tegenover elkaar te poneren als totaal tegengestelde disciplines.
Tevens lijkt het populair om de wetenschap droog, saai en ongeïnspireerd te vinden. Wetenschap ontneemt ons volgens dezelfde denkwijze ons vermogen te speculeren, omdat het dingen vast zou leggen. Het zou dingen als de ziel, het heelal en het menselijk zijn tot iets zinloos maken.
Hoe meer we weten over bijvoorbeeld het ontstaan van ons heelal, hoe minder we ons lijken te keren tot scheppingsverhalen. De wetenschap laat zijn oogverblindende TL-licht schijnen op de schaduwen die we dachten te herkennen als het goddelijke, en doet ze verbleken.

Is dat echt zo?
Is de wereld werkelijk onttoverd door de wetenschap?

Sommigen zouden beweren van wel. Het is niet langer mogelijk om verhalen te geloven over de ontzagwekkende Thor die met zijn schitterende karos door de hemel raast en bliksemschichten in het rond schiet, op het moment dat we weten dat onweer niets anders is dan het volgende: de expansie van lucht door de toename van luchtdruk en temperatuur, waardoor een sonische schokgolf optreedt die als een roffelend geknetter door de lucht raast. Inderdaad, met wat verbeelding, klinkend als een reusachtig  paard en wagen op keien.

Maakt dat het verhaal van Thor minder mooi en poëtisch? Ik denk eerlijk gezegd van niet.
Het blijft een schitterend verhaal dat vele mensen inspireert. Het verhaal is niet afhankelijk van de waarheid. Dat is literatuur ook niet. Nog een rede waarom de wetenschap niet per definitie tegenover de kunsten staat: De kunst is niet minder schoon, niet minder hoopgevend, inspirerend of confronterend naarmate de wetenschap zich ontwikkelt. Immers, kunst is niet afhankelijk van feit of fictie. Het zegt iets over een dieper liggende waarheid in de menselijke aard. Een essentiële kern die onafhankelijk van zijn definitie binnen de wetenschap, onafhankelijk van waar het vandaan komt (zij het puur een verschijnsel van knetterende neuronen of een ziel die zweeft in een eindeloos universum) te ervaren is.
Waarom is het relevant voor de ervaring hoe hij gedefinieerd wordt, waar hij vandaan komt? Het gevoel verandert niet, alleen onze kijk op het gevoel.
Wanneer wij een schitterend boek lezen, of een gedicht, is het dan relevant wat datgene is dat onder de indruk is?
Of kunnen wij simpelweg vrede hebben met de sublieme ervaring die ons ten dele valt op het moment dat we ons verbinden met de kunsten?
Verder kan de wetenschap juist een enorme hulp zijn voor hen die zich bezig houden met beeldende kunst. Een mooi voorbeeld is voor mij de biologie. Met name de wetenschap van het menselijk lichaam en de anatomie is van onschatbare waarde geweest voor de kunsten. Het ontleden van lichamen werd al door da Vinci en Michelangelo gedaan om het menselijk lichaam beter te leren kennen, en te zien wat er onder de huid te vinden was. De biologie heeft onze kennis over de elementen in het lichaam vergroot en het vermogen om lichamen en organen te conserveren in velerlei vloeistoffen heeft het voor kunstenaars ook makkelijker gemaakt om deze te observeren.
De opkomst van de elektronica heeft ook vele kunstenaars geïnspireerd. Videokunst is al een aantal decennia een gewaardeerd onderdeel van museumexposities over de gehele wereld.
Met de komst van 3d printers hebben we ook weer nieuwe manieren gevonden om sculpturen tot leven te brengen en zeer gedetailleerde vormen snel en efficiënt van concept naar realiteit over te zetten.
Hoeveel kunstenaars hebben zich wel niet laten inspireren door de wetenschap?
Ik kan uit persoonlijke ervaring spreken aangezien ik onlangs heb geëxposeerd op een festival (GOGBOT in Enschede) dat als doel had om kunst en technologie samen te brengen. Het was een ware samenkomst van het technische, rationele met het rauwe, intuïtieve en puur beeldende. Kunstenaars gebruikten de nieuwste technologieën om hun werk vorm te geven, en tegelijkertijd te reageren op recente technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen in de samenleving.
Er wordt kritiek geleverd op de snelle ontwikkeling van de digitale technologie, maar het wordt tegelijkertijd verheerlijkt. Het biedt nieuwe mogelijkheden voor kunstenaars om hun werk vorm te geven en te presenteren. Kunstenaars hebben bijvoorbeeld werk gemaakt met robots, bewegingssensoren en virtual reality.

Ook in beeldend opzicht is de techniek en wetenschap een inspiratiebron voor velen. Denk aan een stroming als het futurisme, die in het begin van de 20e eeuw opkwam.
De snelle technologische ontwikkelingen werden met groot enthousiasme tegemoet gezien. Het beeld van de grote, oprijzende stad van staal is een bekend beeld in veel futuristische werken.
Het is de ultieme samenkomst van ongebreideld enthousiasme om vooruitgang, een rücksichtslos voortrazen, met het staal, het rationele technische van de grote industrie dat het nut van velen dient zonder esthetisch te willen bevredigen. Hier gedijt een kunstvorm bij het voortschrijden van de wetenschap, want hoe kan de technologie ontwikkelen zonder de juiste kennis omtrent fysica en de bewerking van grondstoffen?

Het is in principe ook een vloeiende overgang, de overgang tussen ratio en gevoel. Eigenlijk op dezelfde manier waarop kunst en technologie elkaar overlappen en met elkander samenvloeien.
Er is simpelweg niet zo’n sterke tegenstelling. Het uitentreuren herhaalde verhaal over de linker en rechter hersenhelft snijdt geen hout als het aankomt op het omschrijven van de eindeloze complexiteit van het menselijke wezen.
Ik heb in dit essay meerdere malen de rationele handelingen tegenover de gevoelsmatige, expressieve handelingen geplaatst, maar de grenzen zijn niet altijd zo duidelijk. Soms weet een kunstenaar gevoelsmatig of een bepaalde lijn in een compositie past, en na achteraf een analyse van de verhoudingen gemaakt te hebben, komt hij tot de conclusie dat dit gevoel overeen kwam met de gulden snede.
De gulden snede is een mathematisch begrip. Alleen te begrijpen, zou men zeggen, door de kennis erover te bemachtigen.
De wetenschapper Kekulé deed er decennia over om het benzeemolecuul te begrijpen. Tijdens een droom kreeg hij een visioen van een Ourobouros: een slang die in zijn eigen staart bijt. Toen begreep hij dat het benzeenmolecuul rond moest zijn. Een beeld uit zijn onbewuste heeft geleid tot een begrip van iets heel concreets.
Het blijkt allemaal echter niet zo zwart-wit als in eerste instantie gepresenteerd wordt.
Om nog maar te zwijgen over de hoeveelheid wetenschappelijke ontdekkingen die op basis van intuïtie, of zelfs per abuis gemaakt zijn. Dat bewijst ook maar weer dat de wetenschap lang niet altijd een perfect zuivere, goed geoliede rationaliteitsmachine is, maar veeleer een menselijk spelen en experimenteren.

Spelen zoals een kunstenaar zou doen.

Kunstenaars en wetenschappers zijn niet zo verschillend als we zouden denken.
De kunstenaar onderzoekt de kracht van materiaal, kleur, textuur en vorm zoals de wetenschapper de reacties van stof met stof onderzoekt en probeert te achterhalen of zijn theses kloppen aan de hand van allerlei experimenten.
De wetenschapper wil bewijs voor of tegen een bepaald idee. De kunstenaar wil een idee overbrengen en kiest daarvoor materiaal. Beiden hebben een fase van experimenteren nodig voordat ze zijn waar ze willen zijn.
Beiden zijn ze voorzien van een onstilbare nieuwsgierigheid naar de aard der dingen, beiden willen ze vragen beantwoorden over de wereld, henzelf en anderen.
Voorstellingsvermogen is in beide disciplines nodig om tot een boeiend experiment te komen. Technische kennis en analytisch vermogen om het uit te werken.

Waarom zouden we de twee laten strijden, in plaats van ze te laten samenkomen en te verweven teneinde tot nog veel interessantere ontwikkelingen te komen omdat we het verband kunnen leggen tussen abstract, woordeloos weten en feitelijke, talige kennis?

Ik zou willen zeggen dat iedere kunstenaar de wetenschapper in zich kan omarmen, en iedere wetenschapper een beetje kunstenaar kan zijn.